Volg ons op
Facebook
Twitter

Arthur & Lucas

DOOR HANS SMIT

Arthur (23) en Lucas (26) Jussen achten zich eindelijk oud genoeg voor Bach op hun nieuwe album. Want voor Johann Sebastian moet je als musicus wel wat vlieguren gemaakt hebben.

Zet ze naast elkaar aan tafel en de verwarring slaat toe. Wie is wie? Ah, Lucas heeft korter haar. Toevallig eigenlijk: ‘Ik heb geloof ik al tien jaar hetzelfde kapsel, alleen ben ik de vorige keer geknipt door een nieuwe kapster. Daarom zit het nu een beetje anders. En jij, Arthur, hebt hetzelfde kapsel maar je bent het achterover gaan dragen. Maar voor de rest, we zijn niet bezig met het uiterlijk.’

Kan ik me niet voorstellen

Arthur Nou ja, we vinden het fijn om er verzorgd uit te zien, we dragen bijvoorbeeld graag een goed zittend pak, niet te strak. Het is niet fijn om in een pak dat twee maten te groot is het podium op te moeten. Onze pakken worden al minstens tien jaar gemaakt door Peter George d’Angelino Tap, daar voelen we ons sterk in. We vinden het fijn om frisse jongens te zijn. Als we gaan eten met een vriendinnetje of met familie doen we dat net zo. Tuurlijk denk je na over hoe je je wilt presenteren, maar hoe we op het podium willen zijn, hoe we doen, hoe we overkomen, zo zijn we ook honderd procent in het echte leven.

Laten we het over Bach hebben. In het albumboekje zeggen jullie: ‘Bach, op een gegeven moment ben je daaraan toe.’ Leg eens uit?

Arthur Ja, Bach is een componist bij wie we dat sterk voelden. Als we dát gaan doen moet er een soort rijpheid in zitten en een overtuiging waar we volledig achterstaan. Voor hem heb je net even wat meer tijd nodig dan bij andere componisten. Over hoe je Bach moet spelen, zijn zoveel verschillende meningen. Die zijn eigenlijk allemaal goed! Iedereen heeft een argument voor waarom het zó moet. Daar moet je je eigen weg in vinden. Wat vind JIJ?

Dat vergt tijd. Veel spelen, veel ervaring opdoen… ja je moet een geloofwaardige mening hebben over waarom en hoe je die muziek speelt.

Veel luisteren ook naar anderen?

Lucas Ja, we hebben heel veel naar Glenn Gould geluisterd, Nikolaus Harnoncourt ook. Dat zijn toch een soort leermeesters. Je kunt niet meer met ze praten, dat is jammer, maar je hoort de stijl, de articulatie. Niet om honderd procent te kopiëren, dat moet je ook niet willen, want dan heeft het geen zin zelf nog dat album op te nemen, maar er zijn wel dingen die je mee kan nemen in je eigen spel, gewoon omdat die kloppen. Bij Gould is dat bijvoorbeeld dat hij echt elke noot speelt. Ze zijn er echt allemaal!

Lijkt me logisch, ze staan er toch?

Lucas Ja, maar vooral in de snellere delen in Bach, als er een hele bladzijde zwart is van die korte zestiende noten, ben je als muzikant snel geneigd de melodielijn eruit te lichten en de rest wat onderliggend te laten. Af en toe valt er zelfs wat weg, dat maakt echt niet zoveel uit. Maar bij Gould voel je: elke noot heeft echt zijn plekje. Dat neem je mee in je achterhoofd. Harnoncourt let juist weer op de frasering, de grotere lijnen in een compositie.

Dat hebben we ietsje minder meegenomen in onze opname. Ik denk dat we op het moment nog te jong zijn om zoveel vrijheid te nemen. Op dit album blijven we dichter bij wat er geschreven staat, dat is wat veiliger.

Lees verder in de VARAgids op pagina 9.