Volg ons op
Facebook
Twitter

Sander van de Pavert

DOOR TIM DEN BESTEN BEELD FRANK RUITER

Collega Tim den Besten interviewt Sander van de Pavert (1976) over zijn nieuwste kunstje: Avondlicht. ‘Eigenlijk is het de ultieme Lucky.’

Je staat aan de vooravond van je allereerste tv-programma. Vind jij dat ook of was Luckytv je eerste programma?

Dat vind ik een goede vraag eigenlijk. Als Luckytv vijf minuten had geduurd dan had ik het mijn eerste tv-programma genoemd. Maar ja, het duurt maar een minuut. En bij het maken van een tv-programma denk je ook aan productionele zaken, zoals een studio met lampen en geluid en zo. Dat speelt bij Avondlicht natuurlijk wel en de Lucky maak ik thuis, in mijn eentje.

Je wordt eigenlijk Matthijs nu. (lacht heel hard) Nou mijn grote inspirator bij het maken van Avondlicht is niet Matthijs, maar Andries Knevel. Vanaf het moment dat ik met een creatief oog televisie ging kijken, een jaar of 15 geleden, voelde ik me meteen aangetrokken tot het klassieke interviewprogramma. Andries Knevel had Het elfde uur waarin hij aan een tafel 1 op 1 een gesprek had met iemand over zingeving, geloof en het leven. Ik vond de vorm daarvan – gewoon twee mensen aan tafel – toen al heerlijk dus daar koos ik in Avondlicht ook voor. Andries Knevel is daarnaast een uitgesproken persoonlijkheid. Hoe meer ik naar hem keek, hoe meer liefde ik voor hem voelde.

Heb je je voor Avondlicht dan door Andries’ programma laten inspireren of door Andries de presentator?

Toen ik voor het eerst zelf aan de presentatietafel zat, was dat natuurlijk ongelofelijk spannend, want ik had me daar weken op voorbereid. Ík ben nu de presentator en daar was ik me erg bewust van. Maar de basis moest niet een lollig gesprek zijn. Het resultaat na montage moest natuurlijk grappig zijn, maar de basis, het materiaal dat ik mee naar huis nam, dat moest echt een heel alledaags televisiegesprek worden. Ik wilde geen presentator spélen.

Avondlicht wordt door BNN- VARA omschreven als een ‘absurdistisch interviewprogramma’. Waarom wilde je dit maken?

Omdat ik jarenlang naar dat soort programma’s heb gekeken en nu mocht ik ze verknippen en veranderen. Vaak liep ik tegen het probleem aan dat zo’n programma dat ik hermonteerde natuurlijk al gemonteerd wás. Alles wat slecht of ongemakkelijk was, was er al uitgehaald. Voor Avondlicht neem ik ál het materiaal van de negen camera’s die er staan mee naar huis.

Oké, maar leg nou even uit wat Avondlicht is:

Avondlicht is eigenlijk… (denkt na) Ja, jezus. Ik vind het heel lastig om het uit te moeten leggen. Het is eigenlijk de ultieme Lucky.

Maar je hebt bij BNNVARA ook een A4-tje met het idee moeten inleveren?

Ik heb gezegd dat ik een alledaags, braaf interviewprogramma wilde maken, waarin ik mensen uit de tv-wereld spreek over hun werk als televisiepresentatoren. En dat wilde ik doen op een klassieke manier. Eén op één, serieus, aan tafel, met een glaasje water en nootjes. En de titel: Avondlicht heeft een Zomergasten-achtige vibe. Weet je wat het is: in een normaal programma worden alle dingen die misgaan en ongemakkelijk stiltes er uitgemonteerd, maar ik vind het juist interessant om die dingen erin te laten en de rest eruit te knoppen. Het kan dus gebeuren dat een aflevering uit alleen maar ongemakkelijke stiltes bestaat.

Denk je tijdens de opnames al aan de montage?

Ja zeker. Uiteindelijk ga ik alles door elkaar monteren dus ik moet van tevoren in mijn vraagstelling al nadenken over hoe ik dat ga doen. Als ik wil dat Catherine Keyl gaat huilen om een sinterklaasgedicht dat ik voorlees, dan moet ik eerst zorgen dat zij echt ergens geëmotioneerd door raakt en dan kan ik dat vervolgens verknippen tot iets waarin zij huilt om een sinterklaasgedicht.

Hoe regel je de gasten? Dan bel je op en zeg je: ‘Wil je gast zijn in mijn nieuwe interviewprogramma? Je wordt helemaal kapotgeknipt. Heb je zin?’

Daar kwam het op neer ja.

En dan zeiden ze ja?

Nee. (lacht) Ik heb het natuurlijk iets subtieler aangepakt. Bij Giel Beelen, die ook te gast is, kan je dat doen. Dan zeg je: ‘Hé doe je mee, ik knip je helemaal de tyfus in.’ Dan antwoordt hij: ‘Oh ja best.’ Maar bij een Catherine Keyl of een Andries Knevel gaat dat niet. Dat Knevel mee heeft gedaan, is werkelijk een droom die waar is geworden. Dat hij dat aandurfde, vond ik echt kicken. Want hij moest daar wel even over nadenken. Ik heb hem verteld dat ik het met goede smaak ging maken. Dat hij niet uit de montage zou komen als een of andere racistische pedo.

Het is dus heel onschuldig allemaal.

Zeker niet want tijdens het zien van de montage moesten sommige gasten wel even slikken. Bij Andries Knevel moest er iets uit. We hebben altijd een beller in de studio en bij Andries was het God die aan de lijn hing. Nou, Andries vond de hele aflevering helemaal fantastisch, maar God aan de telefoon krijgen was iets dat hij absoluut niet wilde.

Ben je niet bang dat mensen die fan van Luckytv zijn denken: goh wat is dit kut?

Helemaal niet. Ik wilde dit zo ontzettend graag maken. Dan zijn die randgedachten niet aan de orde. Ik zei laatst tegen mijn vriendin: ‘Al kijken er nul mensen naar, ik ben zo blij dat ik dit mocht doen. Daar ben ik zo dankbaar voor.’ (begint hard te lachen) Ik haat het zo erg als mensen het woord dankbaar gebruiken! Gatverdamme!

Dus het maakt je niet uit wat mensen er uiteindelijk van vinden?

Nou… Wat mensen van me vinden, boeit me meer dan ik zou willen. Maar er zit zoveel energie in het maken van Avondlicht. Dit móest ik maken – ook al kijkt er niemand naar.

Is het zo dat je op een bepaald moment in je bedje lag en dacht ‘Zo Sandertje van de Pavert, ik denk dat het tijd is voor je eigen show’?

Haha. Nee, helemaal niet.

Maar het lijkt me zo’n grote stap. Van je zolderkamer naar een televisiestudio.

Dat is helemaal geen grote stap. Weet je waarom niet? Het is heel simpel: ik moet het alleen nog even onder woorden weten te brengen. Kijk het ligt zo dichtbij mezelf. Dit programma is zo wie ik ben. Avondlicht lijkt op de allereerste filmpjes die ik maakte in 2002! Dat was al dit! Avondlicht is de kern van wat ik wil doen.

En leg nou eens uit waaróm.

Wat ik zo grappig en fascinerend en absurdistisch vind aan televisie, is dat het een medium is dat probeert de dingen er zo echt en authentiek mogelijk uit te laten zien terwijl er eigenlijk niets bestaat dat zó onecht is als televisie. Die paradox vind ik mooi.

Ook een paradox: jij wordt langzaam onderdeel van de wereld die je belachelijk maakt.

Vroeger werkte ik heel geïsoleerd, op mijn kamertje. Ik kwam nooit buiten, bij wijze van spreken.

Tegenwoordig kom ik overal en dan sta ik ineens met Yvon Jaspers te lullen. En natuurlijk heb ik zelf ook weleens gedacht: enerzijds loop ik het allemaal af te zeiken en anderzijds zit ik daar zelf ook met mijn nette jasje aan.

Maar het is leuk om te merken dat presentatoren aan wie ik een bloedstollende hekel had in echt heel onzekere, fragile mensjes zijn, met dezelfde angsten als ik.

Je komt heel zeker over. Is dat om je onzekerheid te verbergen of ben je echt zo zeker van jezelf?

Ik ben onzeker. Net als iedereen denk ik. Maar als ik zeker doe, dan ben ik het ook. Mijn onzekerheid zit niet in mijn werk. Dat ligt meer in het existentiële. Ik word met enige regelmaat getergd door behoorlijk donkere gedachten en een donkere levensbeschouwing zal ik maar zeggen.

Lees verder in de Varagids op pagina 9.