Volg ons op
Facebook
Twitter

Felix Rottenberg

DOOR ANNEMART VAN RHEE

Ondanks een chronische ziekte die hem het werken soms onmogelijk maakt, is Felix Rottenberg (62) maatschappelijk heel actief, ook als tv-maker. 'Ik hoop dat mijn film schuurt, verwart, ontregelt en mensen aan het denken zet.'

2000 was het jaar van de vuurwerkramp in Enschede, de openbarstende Eurovisie-jurk van Linda Wagenmakers, de winst van Frankrijk op het EK voetbal in Nederland en die van George W. Bush – weliswaar na hectische hertellingen – tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. 2000 was ook het jaar dat gewezen PvdA-voorzitter en ex-Balie-directeur Felix Rottenberg (62) voor de NPS rondstruinde in de Akbarstraat in Amsterdam-West. Hij kwam er terecht tijdens een van zijn wandelingen die hij dagelijks noodgedwongen maakte.

‘Bij mij was de chronische ziekte sarcoïdose geconstateerd en in die tijd kreeg je heftige tabletten voorgeschreven: een chemokuur en 70 milligram prednison per dag. In allerlei opzichten ondermijnend. Mijn arts raadde me daarom aan veel te lopen. Ik woon in het centrum van Amsterdam en maakte kilometers door de hele stad. Zo belandde ik ook in de Kolenkitbuurt die me altijd al fascineerde met zijn naoorlogse bouw met mooie ingebeitelde silhouetten en gezamenlijke binnentuinen.

’Rottenberg nam in september 2000 met een vijfkoppig team negen maanden zijn intrek in een voormalige drogisterij en draaide zeker 1500 uur beeldmateriaal. Hij trof een vervuilde omgeving die in rap tempo tot zwarte wijk was getransformeerd. Het drieluik dat deze zoektocht opleverde, fungeerde als katalysator in de oplaaiende, nationale discussie over integratie en allochtonen. Aan bod kwamen onder meer de verpaupering van de wijk, onvrede onder oorspronkelijke bewoners, onbegrip, generatieverschillen en politiek onvermogen om de problemen op te lossen. Rottenberg sprak met buren, kinderen, opbouwwerkers en winkeliers. Bijna twintig jaar later vertelt hij met een brace om zijn gebroken hand – souvenir van een struikelpartij tijdens de wandelingen die hij nog altijd onderneemt – over het vervolg op die documentaire. Terug naar de Akbarstraat heet het tweeluik dat hij maakte met ‘de beregoede’ regisseur Gülsah Dogan. De Kolenkit-buurt onderging in elk geval een cosmetische facelift: ruim 1000 huizen werden er gesloopt en 1400 grotendeels koop- en luxere huurappartementen kwamen erbij. Rottenberg ging op bezoek bij verschillende oude bekenden en onderzocht onder meer of de komst van die kreukvrije zones invloed hebben op het buurt- en saamhorigheidsgevoel en de ontwikkeling van de wijk.

Hoe kwam je op het idee om terug te gaan naar de Akbarstraat?

Ik wilde het eigenlijk al veel eerder doen, omdat ik benieuwd was naar het proces in de buurt. Ik probeerde tien jaar terug om weer een portret te maken. Dat viel toen – ook financieel – niet rond te krijgen. Een aantal mensen uit het drieluik bleek spoorloos, anderen hadden geen zin om opnieuw mee te werken. Toch kon ik het idee niet loslaten. Jaren daarna ontmoette ik Monique Busman van productiebedrijf De Familie. Ze was heel voortvarend en riep: we gaan dit gewoon doen. Weliswaar met veel minder mensen en minder tijd tot onze beschikking dan twintig jaar terug: we draaiden in plaats van 1500 uur maar een paar honderd uur. Maar we begonnen eraan, dat was in 2018.

Riepen de bewoners toen wel meteen enthousiast ‘ja’?

Helemaal niet. Ik kreeg te maken met wantrouwen van Turkse en Marokkaanse Nederlanders die zich in de steek gelaten voelden. Door de verharding van het gesprek. Of juist door het uitblijven van een dialoog. Ik moest mensen overhalen. Ik ben bij hen langsgegaan, heb geweldige lunches meegemaakt. Want hun gastvrijheid is enorm. Maar als ik dan halverwege het gesprek zei: ik kom weer terug om te filmen, doe je mee?, luidde het antwoord in eerste instantie vaak: nee. Gevolgd door: wat hebben we eraan? Wij moesten al onze overredingskracht in de strijd gooien om hen voor de camera te krijgen.

Wat zei je eigenlijk toen ze vroegen: wat hebben we aan nóg een documentaire over onze buurt?

Dat ik wilde tonen waar hun pijn zit en waaraan ze zich ergeren. Bijvoorbeeld dat er over hen wordt gesproken in plaats van met hen. Dat ze zich na al die jaren niet als Nederlander serieus genomen voelen. Er wordt nog steeds gesproken over Marokkanen en Turken in plaats van Marokkaanse en Turkse Nederlanders. En vervolgens in het kielzog daarvan kom je bij de retoriek van Thierry Baudet of Geert Wilders terecht. Die sijpelt ook door via social media natuurlijk. Wanneer je beledigd wordt, is het een normaal mechanisme om te denken: laat maar zitten. 

Lees verder in de VARAgids op pagina 8.