Volg ons op
Facebook
Twitter

JOHN REID

DOOR RONALD GIPHART

Over zijn privéleven wil Rijdende rechter John Reid (1968) niets zeggen, maar over zijn verleden mogen we alles weten. ‘Ik was stikjaloers op Antonie Kamerling. Ik was een veel betere acteur.’

Wat fijn dat ik je mag spreken, want jij bent altijd zeer terughoudend in je mediacontacten. Het is mij op een bepaalde manier een gruwel, dit soort gesprekken. Maar laten we er een quid pro quo van maken, om in Trumpiaanse termen te blijven. Ik geef jou nu een interview, omdat ik een tv-programma presenteer waarvan ik wil dat mensen ernaar kijken, en op mijn beurt beloof ik je dat ik over mijn verleden vrijuit zal spreken. Alleen praat ik niet over mijn privéleven, dat gaat me echt te ver. Als je vraag is: wie is deze man en wat heeft hem gevormd... prima.

Wie is deze man en wat heeft hem gevormd? De man is geboren en getogen in Utrecht, in een gezin met een vrij traditionele rolverdeling. Ik ben de zoon van een Schotse docent Engelstalige literatuur en een Nederlandse moeder die ooit studente bij hem was en die na een huwelijk met een andere man terugkeerde bij die leuke docent waar ze verliefd op was. Ik ben daar de vrucht van. Mijn moeder was tweeënveertig toen mijn vader op zijn tweeënvijftigste overleed aan een hartaanval, zelf was ik dertien. In september 2020 ga ik hem inhalen.

Wat was je vader voor man? Een Schot die hield van pijproken en whisky drinken. En heel erg van sport. Mijn vader was geboren in Maleisië, waardoor ik volgens de officiële regels te boek sta als ‘een niet-westerse allochtoon’.

Je moeder kwam er dus alleen voor te staan. Ja, en ze heeft mij en mijn oudere broer en zus volledig vrij opgevoed. Of positief gezegd: ze had volledig vertrouwen in mij. Ze stelde geen regels en liet mij zelf zoeken naar wat goed voor mij was.

En was dat een gerechtvaardigd vertrouwen? Nou, kijk eens wie er tegenover je zit.

Toch zit er iets paradoxaals in. Je bent opgegroeid met weinig regels... Ja. Ik heb in mijn jeugd weinig regels voorgeschreven gekregen, en ik ben een man van de regels geworden. Toch is dat puur toeval, want de rechtenstudie die ik heb gedaan, die veel over regels gaat, was de keuze van iemand die echt niet wist wat hij met zijn leven wilde. Het zou een grove leugen zijn als ik zou vertellen dat ik mijn passie voor de juristerij heb gevolgd.

Je zat op het Stedelijk gymnasium Utrecht met allemaal humoristische figuren als Thomas van Luyn en je latere Fokke & Sukke-maat Bastiaan Geleijnse. Het toeval is dat mijn vrouw die school ook heeft gedaan. Zij herinnert zich Thomas en Bastiaan wel, maar jou niet. Dat verbaast me niet, want ik ben extreem onopvallend mijn schooltijd doorgekomen. Ik heb mij niet onderscheiden, behalve met zingen misschien, want ik zat met onder meer Thomas van Luyn in een close harmony-clubje. Ook ik wilde graag op de planken staan, maar ik had een enorme plankenkoorts. Een nicht van mijn moeder was directeur van een van de grote Londense toneelscholen. Mijn zus wilde graag actrice worden en vroeg tante Virginia of ze kans maakte te worden aangenomen. Mijn tante antwoordde: ‘There is only one actor in this family and that is Johnny.’ Dat had niemand ooit gezegd. Zij zei: ‘John is zo verlegen dat hij niet gezien wil worden. Het belang voor hem om iemand anders te spelen is gigantisch. Zet hem op een toneel en zijn bescherming is om iemand anders te worden.’ Dat ben ik nooit vergeten. Waar ijdelheid en verlegenheid strijden, worden acteurs geboren.

Toch ging je niet naar de toneelschool. Dat zag ik niet zitten. Ik hoorde op school tot de reggae-luisterende alto’s en ik wist echt niet wat ik moest gaan doen. Mijn moeder zei: ik heb drie kinderen, als er eentje dokter wordt, eentje aannemer en eentje notaris, hoef ik daar nooit meer voor te betalen. Ze adviseerde mij om rechten te gaan doen.

En dat bleek je roeping? Nou nee, in alle eerlijkheid — ik heb geleerd dat de waarheid je onkwetsbaar maakt — vond ik er in het begin helemaal niets aan. Daar kwam bij dat ik vrij gedachteloos lid was geworden van het Amsterdamse studentencorps en ik het studentenleven tot op het bot heb uitgebeend. Ondanks mijn plankenkoorts werd ik lid van de toneelvereniging van het corps, waar ik aan alle eenakters, toneelvoorstellingen en musicals meedeed. Hoewel de weg ernaar toe mij doodsangst inboezemt, ga ik op een toneel echt ‘aan’, dan stijg ik boven mezelf uit.

Speelden Beau van Erven Dorens en Antonie Kamerling niet ook bij die club? Jazeker. En wat Antonie betreft: peace be upon him. Hij was een vriend van mij, kon ongelooflijk goed piano spelen, maar nog veel beter leren. Hij stond cum laude voor zijn rechtenstudie, maar wilde liever in musicals en in het theater spelen. Toen is GTST hem in de schoot gevallen. In één dag werd hij de populairste jongen van Nederland, en ik denk dat hij daar nooit meer bovenop is gekomen. 

Lees verder in de VARAgids op pagina 8.