Volg ons op
Facebook
Twitter

Stinkend zaakje

DOOR FLOOR OVERMARS

Hoewel er genoeg te lachen valt in Parasite, mondt de strak vormgegeven Koreaanse film uit in een gitzwart sociaal drama dat je nog lang zal heugen.

Tijdens de eerste vijfentwintig minuten van het Koreaanse Parasite van Bong Joon Hoo, lijkt het nog alsof je naar een Disney-film zit te kijken, met als premisse: straatarme familie wordt gered wanneer zoon des huizes een baantje als bijlesleraar krijgt in een stinkend rijk gezin. In die eerste minuten maken we kennis met het arme gezin dat woont in een uitgeleefd souterrain in een nauw straatje. Het wifi-signaal stelen ze van de buren, beide ouders zijn werkloos en zoon en dochter werden tot twee keer toe afgewezen voor respectievelijk universiteit en kunstacademie. Ondanks de schaarste hebben de gezinsleden een band; er wordt samen gegeten, er worden grapjes gemaakt en elke dag is het weer een nieuwe uitdaging om eten op de plank te krijgen. Vader en moeder verdienen een centje met los-vast-klusjes, zoals het vouwen van pizzadozen voor een bezorgservice. Hun lot lijkt ten goede te keren wanneer hun zoon Ki-woo het baantje krijgt via een vriend die al langer bijles geeft aan de puberdochter van de familie Park. Dit puissant rijk echtpaar woont in een ultramoderne, onder architectuur gebouwde villa. Meneer Park werkt bij een IT-bedrijf, mevrouw stuurt het huispersoneel aan en zorgt dat alles op rolletjes loopt. Omdat de vriend voor een jaar naar het buitenland gaat, stelt hij voor dat Ki-Woo zijn lessen overneemt. Zodra deze met een vervalst diploma binnen is weten te komen en het vertrouwen van meneer en mevrouw Park heeft gewonnen, neemt het Disneysprookje al snel huiveringwekkende vormen aan. Ki-Woo zorgt er namelijk op griezelig eenvoudige wijze voor dat ook de rest van zijn familie in dienst komt bij de Parks. Zijn zus als traumatherapeute voor het problematische vijfjarige zoontje, vader als chauffeur van meneer Park en moeder als huishoudster. Slinks bespeelt Ki-woo vervolgens de naïeve mevrouw Park, de achterdochtige meneer Park en op bijna cartoonesk-komische wijze zorgen de indringers er voor dat zelfs de vaste huishoudster wordt ontslagen zodat moeder het uniform kan aantrekken en de rol van vertrouwenspersoon voor mevrouw Park overneemt. Terwijl de berooide gezinsleden doen alsof ze elkaar niet kennen, werken ze zich in een mum van tijd de luxueuze levens van de familie Park binnen.

Het verontrustende aan Parasite is dat Bong bovengenoemde komische, cartooneske, bijna kinderlijke elementen op subtiele wijze mixt met die van suspense. Zo is er een scène waarin de Parks een weekend uit kamperen zijn en het arme gezin halfdronken in de strakke woonkamer op de bank ligt met veel eten en een fles whisky. Zuipend en schransend fantaseren ze over hoe het is om rijk te zijn. ‘Als ik rijk zou zijn,’ verzucht de moeder met dikke tong, ‘Dan zou ik ook aardig zijn. Geld is een strijkijzer. Het poetst alle kreukels weg.’ Uiteraard komt het gezin Park onverwacht eerder terug en moet er als de wiedeweerga opgeruimd worden. De nootjes worden onder het kleed getrapt, de bakken afhaal-eten in de kliko gedonderd – nét te laat allemaal, want het gezin moet zich verbergen onder de salontafel in de living, waar even later mevrouw en meneer Park romantisch tegen elkaar aan zitten. Je zou bijna zeggen slapstick, maar dan steekt de in alles perfecte mevrouw Park haar neusje onheilspellend in de lucht.

Lees verder in de VARAgids op pagina 30.